twitter-logo-2 facebook-art Arkade LinkedIn

Arkade-logo01

 

 hindu-gods-01

Godenbeelden en moslimkinderen

Hoe moeten leerkrachten omgaan met moslimkinderen die moeite hebben met de godenbeelden van het hindoeïsme? En wat betekent respect voor de eigenheid van verschillende religieuze tradities als de verschillende eigenheden van tradities elkaar lijken tegen te spreken?

In de islamitische traditie is het beeldenverbod heel belangrijk omdat dit tegen het centrale geloofspunt van de islam gaat, de tawhied, ofwel het geloof in de absolute éénheid van God. Het idee is dat God (Arabisch: Allah) één is, de wereld overstijgt en niet gevangen kan worden in beelden. God is ook te heilig om afgebeeld te kunnen worden.

Een korte blik op de geschiedenis geeft aan waarom het geloof in één God en het beeldenverbod zo belangrijk is voor moslims. Dit geloofspunt vormt namelijk een breuk met de godsdienst van de pre-islamitische Arabieren die in meerdere goden geloofden. Deze goden waren volgens hen niet gelijk maar hiërarchisch geordend naar gelang de macht van de stam. De goden weerspiegelden een sociale hiërarchie, waarbij de machtigste stam de hoogste stamgod had. De boodschap van Mohammed was nu juist dat mensen ten opzichte van de ene en ware God gelijk zijn. Om gelijkheid onder de mensen te bewerkstelligen moest daarom het veelgodendom stellig worden afgekeurd.

Het is voor een leerkracht van belang aan leerlingen te benadrukken dat het beeldenverbod vooral bedoeld was om te voorkomen dat mensen iets of iemand anders naast of in plaats van God zouden aanbidden. In een prachtig verhaal in de Koran slaat de jonge Ibrahim (Abraham) de godenbeelden van zijn volk stuk, maar laat het grootste beeld staan om hen aan het denken te zetten. “Toen sloeg hij ze aan gruizels, behalve een grote ervan; misschien zouden zij ernaar terugkeren. (…). Vraagt hun maar als ze kunnen spreken."  (…) Toen kregen zij een terugval en zeiden: "Maar jij weet toch dat dezen niet kunnen spreken." Hij zei: "Dienen jullie dan in plaats van God iets wat jullie niets nut en niet schaadt? Foei jullie en wat jullie in plaats van God dienen. Hebben jullie dan geen verstand?" (21:63-65).

Het is belangrijk om te beseffen dat dit verhaal van beelden kapot slaan slechts bedoeld is als les dat godenbeelden geen macht hebben en het dus niet waard zijn om aanbeden te worden. Het vraagt niet om letterlijke navolging, want de Koran roept in een anders vers - op basis van wederzijds respect - juist op om de goden van andere mensen niet te kleineren of te beledigen. “En bespot niet degenen die zij naast Allah (als goden) aanroepen zodat zij niet Allah vijandig zonder kennis bespotten.”(6:107)

Ook kunnen leerkrachten hun leerlingen erop wijzen dat de goden van het hindoeïsme anders zijn dan die van de veelgodendom van de pre-islamitische Arabieren. De Arabieren geloofden vóór de islam in meerdere goden die bemiddelden tussen mensen en de hoogste God, de goden waren een afspiegeling van de ongelijkheid tussen de mensen. Hindoes daarentegen geloven dat alle goden manifestaties zijn van de ene Goddelijke Bron, Brahmaan die sommige hindoes ook “God” noemen en die zij bovendien ook niet afbeelden. In die zin lijkt Brahmaan op Allah. In de islam heeft Allah ook 99 schone namen(zoals de Barmhartige, De Wijze etc.) en het idee is dat God/Allah zich doormiddel van al deze eigenschappen manifesteert in de wereld. Dit lijkt enigszins op het idee van Brahmaan die zich manifesteert in de vorm van vele goden met elk hun eigenschappen. Zo hebben islam en hindoeïsme meer met elkaar gemeen dan je in eerste instantie zou denken.

Tips:

  1. Benadruk dat (wederzijds)respect voor andermans goden belangrijk is, omdat je het ook niet leuk zou vinden als iemand geen respect heeft voor datgene wat voor jou heilig is. Benadruk dat de Koran het bespotten van goden(beelden) om die reden afwijst.
  2. Benadruk dat respect hebben voor godenbeelden niet betekent dat je in die goden gelooft, ze aanbidt of het ermee eens bent dat anderen ze aanbidden.
  3. Benadruk dat het hindoeïsme anders is dan het veelgodendom van de pre-islamitische Arabieren, de goden zijn geen stamgoden en staan niet voor onderscheid in rang tussen mensen.
  4. Benadruk dat in het hindoeïsme het idee van Brahmaan enigszins lijkt op het concept van Allah: beiden zijn één, bovennatuurlijk en worden niet afgebeeld.
  5. Benadruk dat het idee van de 99 schone namen van Allah enigszins lijkt op het idee van Brahmaan en de vele goden.
  6. Benadruk ook dat er verschillen zijn en dat die mogen blijven bestaan, omdat die de eigenheid bepalen, zo mogen in de islam Allah en de 99 namen alleen in kaligrafie-vorm worden afgebeeld.
  • Wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met Kamel Essabane, onderwijsbegeleider bij Arkade